"Een wedstrijd kun je het niet noemen", zegt Wim Zonneveld. "Iemand had een bal en daar werd achteraan gerend: zo is het overal in Nederland begonnen. Met voetbal zoals wij dat kennen, had het niets te maken. Er waren geen krijtlijnen, geen shirts, geen strafschopgebieden. Bonenstaken dienden als doelpaal. Bernard van Heek, de initiatiefnemer, maakte alle vijftien doelpunten. Een fabrikantenvilla vormde het decor."
Zonneveld, oud-hoogleraar Engels en auteur van meerdere boeken over de sportgeschiedenis van Nederland, heeft zich uitgebreid in de vroege jaren van het voetbal verdiept. Samen met sportjournalist Jan Luitzen schreef hij onder meer over de eerste wedstrijden en verenigingen in Haarlem, Den Haag en Zeeland. Nu, bij gelegenheid van het 140-jarig bestaan van de Enschedese voetbalclub PW, ligt er een boek over de bijzondere rol van Enschede in de ontwikkeling van het voetbal in Nederland.
"We hebben al eerder over Enschede geschreven. Zeven jaar geleden, toen er een heropvoering plaatsvond van het partijtje op Het Amelink, zijn we ook in Enschede geweest. Dat is ook de reden dat de club ons gevraagd heeft om dit boek te maken. Wat in die stad gebeurde, was in zekere zin uniek in Nederland. De vereniging die een paar maanden na dat eerste partijtje werd opgericht, was ook echt iets nieuws. Elders was voetbal een toevoeging aan een al bestaande cricketclub. Maar hier, in Enschede, was er voor het eerst sprake van een eigen vereniging."
Onderzoek naar de sportgeschiedenis van Nederland is sinds zijn pensionering als hoogleraar de grote liefde van Wim Zonneveld. "Als je je met de Engelse taal en cultuur bezighoudt, kun je daar niet omheen. Wat er in Twente gebeurt, is het gevolg van een belangrijke kentering in de 19de eeuw. Niet langer Frankrijk of Duitsland, maar Engeland wordt het land waar heel Europa naar kijkt. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de industrialisatie. Daarom ook zaten jongens als Bernard van Heek in Engeland. Ze waren daar natuurlijk om te leren, maar ze namen ook van alles mee."
Toevallige contacten met Engeland vormen overal het begin van het voetbal in Nederland. Al in de jaren 50 van de 19de eeuw wordt er op Nederlandse kostscholen gevoetbald. Later, zoals in Enschede, volgen dan de informele partijtjes als gevolg van toevallige contacten met Engeland. "Het was heel simpel. Je had een bal nodig. De enige plek waar je zo'n ding kon krijgen, was Engeland. Alles begint met een bal. Zo gauw die er is, kan het feest beginnen."
Mede door hun brede benadering van het onderwerp is het boek van Zonneveld en Luitzen veel meer dan een jubileumboek. Met de eerste vijftien jaren van PW als basis beschrijven de auteurs de ontwikkeling van het voetbal in Nederland. Van een volkssport is nog geen sprake. Voetbal is het tijdverdrijf van de elite. Het aantal voetbalverenigingen is beperkt. Pas na 1900, als de sociale omstandigheden van arbeiders verbeteren, ontstaan de echte volksclubs.
"Alles in die eerste jaren was nog primitief. Het was een sport van rijkeluiszoontjes. Vaak tegen de verdrukking in sloegen die aan het voetballen en richtten een eigen vereniging op, compleet met statuten. Enschede liep wat dat betreft voorop. Bij PW waren die dingen toen al uitzonderlijk goed voor elkaar."
Op het veld ging het er echter meestal nogal ruw aan toe. "Het was rennen en schoppen. Er vielen nogal wat blessures. Ook het publiek kon zich zomaar met de wedstrijd bemoeien. Ouders maakten zich daarover grote zorgen. Er gingen zelfs stemmen op om het te verbieden. Sommige jongens, bijvoorbeeld de vijf zoons van de familie Beltman in Enschede, speelden onder een valse naam. Ze wilden voor hun ouders verborgen houden dat ze voetbalden."
Het voetbal in Enschede begint met de oprichting van twee aparte verenigingen kort na elkaar in 1885: de Enschedese Football Club (EFC) en Prinses Wilhelmina (PW). Fabrikantenzonen uit de bekende families staan aan de basis. Wedstrijden zijn er nauwelijks, tegenstanders evenmin. Ook na de fusie drie jaar later beperkt het voetbal zich voornamelijk tot de wekelijkse training in het Volkspark, letterlijk onder de rook van de fabrieken.
"Je had geld nodig om dit te kunnen doen. Hoe mooi ook dit allemaal is, je moet altijd blijven bedenken dat het zich afspeelt tegen een achtergrond van armoede, sociale onrust en vaak erbarmelijke omstandigheden. Arbeiders konden alleen maar toekijken. Niet alleen voetbal, maar de hele sportbeoefening zoals die zich in het 19de-eeuwse Nederland ontwikkelde, was een zaak van de elite."
Tot 1900, het jaar waar de auteurs hun boek nogal abrupt beëindigen, is PW ongekend succesvol. De club eindigt twee keer als eerste in de regio Oost van de inmiddels opgerichte voetbalbond. Celeritas uit Kampen en ZAC Zwolle zijn de tegenstanders. Eén keer wordt er zelfs tegen RAP uit Amsterdam gespeeld, de winnaar van de competitie West.
"Je zou kunnen zeggen dat ze toen de tweede van het land waren. Na 1900, toen er steeds meer clubs werden opgericht, hebben ze dat nooit meer geëvenaard. Wedstrijden van Oost en West waren iets bijzonders in die tijd. De afstand was te groot. Ooit, op een ijskoude winterdag in 1887, speelden jongens uit Enschede op een veld achter het Rijksmuseum in Amsterdam. Nog altijd geldt dat als de eerste landelijke voetbalwedstrijd in Nederland."
Bijzonder volgens Zonneveld is ook het tragische lot van Tommy Tattersall, de eerste voetbaldode van Nederland. Hij is 14 jaar als hij in 1887 een hersenschudding oploopt bij een wedstrijd tussen PW en EFC. Zijn graf op het Boerenkerkhof in Enschede is er nog steeds. Zonneveld kent de plek. "Er staat een afgebroken zuil. Leven en dood liggen dicht bij elkaar, zelfs als het om voetbal gaat."
Jan Luitzen & Wim Zonneveld, Textielvoetbal. EFC Prinses Wilhelmina, de vlegeljaren 1885-1900
